Om te bevorderen dat mensen die langdurig op zorg zijn aangewezen zo lang mogelijk thuis kunnen wonen of weer thuis kunnen gaan wonen, geldt de beleidsregel Zorginfrastructuur (CA 300-512). Onder zorginfrastructuur verstaat de staatssecretaris het volgende:
- Ruimten voor het 'halen' en 'brengen' van extramurale AWBZ-zorg waarbij de mogelijkheid bestaat deze ruimten ook buiten de AWBZ te gebruiken. Een zorgsteunpunt biedt mogelijkheden voor contact met hulpverleners, voor ontmoeting, of samen eten.
- Ruimten en/of technologische voorzieningen voor het leveren van oproepbare ofwel onplanbare zorg die dagelijks, dan wel meerdere keren per week, wordt gevraagd.
Het zorgkantoor heeft een stimulerende en een coördinerende rol bij de uitvoering van de beleidsregel. Deze rol krijgt als volgt inhoud:
- Het zorgkantoor attendeert de AWBZ-toegelaten instellingen in de regio op de mogelijkheid om aanvragen voor zorginfrastructuurprojecten in te dienen.
- Het zorgkantoor geeft tijdig aan hoe in een bepaald jaar het proces rond het indienen van projectaanvragen wordt georganiseerd.
Op grond van deze beleidsregel kunt u als zorgaanbieder gezamenlijk met het zorgkantoor een aanvraag indienen bij de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa).
Wilt u een aanvraag zorginfrastructuur indienen? De volgende stappen worden doorlopen:
- U dient een aanvraag in bij het zorgkantoor. De aanvraag bestaat uit een inhoudelijk projectplan (PDF, opent in nieuw venster) en de ingevulde aanvraagformulieren (Word, opent in nieuw venster) van het College Bouw Zorginstellingen (CBZ).
- Het zorgkantoor beoordeelt uw aanvraag, op basis van de door aangeleverde stukken, het protocol zorginfrastructuur (PDF, opent in nieuw venster) en de vigerende beleidsregel, en gaat hierover eventueel met u in gesprek.
- Als overeenstemming bestaat over de aanvraag wordt deze door zorgkantoor en zorgaanbieder gezamenlijk ingediend bij de NZa.
- De uiteindelijke goedkeuring en toekenning is de verantwoordelijkheid van de NZa.
- De NZa verwerkt de toegekende vergoeding in de rekenstaat van de zorgaanbieder.